Uitkering na einde wethouderschap

Uitkering na einde wethouderschap

  • 10 jul 0

Na zijn wethouderschap ontvangt een wethouder een Appa-ontslaguitkering, tenzij hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dit is geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Waarom het wethouderschap beëindigd is, maakt niet uit. Dus of hij wordt weggestuurd, niet terugkeert na verkiezingen of bij een tussentijdse collegewissel niet wordt herbenoemd: in alle gevallen heeft de oud-wethouder recht op een ontslaguitkering. Omdat een wethouder niet onder de WW valt, heeft een oud-wethouder geen recht op een WW-uitkering.

Hoogte uitkering

De hoogte van de ontslaguitkering bedraagt het eerste jaar 80% en de rest van de uitkeringsduur 70% van de laatstgenoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering. De uitkering wordt aangepast aan de algemene salarisontwikkelingen voor de sector Rijk.

Geen uitkering

Oud-wethouders hebben altijd recht op een ontslaguitkering. Een uitkering kan wel geweigerd worden. Een wethouder die opnieuw wethouder wordt in dezelfde gemeente met een kleinere benoemingsomvang, ontvangt over de oude benoemingsomvang een Appa-ontslaguitkering die met de nieuwe inkomsten uit de kleinere benoemingsomvang wordt verrekend.
Uitkeringsduur

De uitkeringsduur is afhankelijk van de duur van het wethouderschap en het loopbaanprincipe en de leeftijd van de oud-wethouder.

Appa-loopbaan* Uitkeringsduur
< 3 maanden 6 maanden
3 maanden – < 2 jaar 2 jaar
≥ 2 jaar de duur van de Appa-loopbaan, maar maximaal 3 jaar en 2 maanden
≥ 10 jaar in een tijdsbestek van 12 jaar en minder dan 9 jaar en 7 maanden van pensioenleeftijd over 5 jaar verlengde uitkering tot pensioenleeftijd

* Zie hierna ‘Loopbaanprincipe’.

Voor wethouders die in 2010 zijn herbenoemd in dezelfde gemeente en toen 50 jaar of ouder waren, geldt overgangsrecht. Wanneer zij aan het einde van hun wethouderschap een loopbaan hebben opgebouwd van 10 of meer nagenoeg aaneensluitende jaren, dan hebben zij recht op een verlengde uitkering tot hun pensioenleeftijd. Zij hoeven dus niet te voldoen aan de leeftijdseis zoals die hierboven staat.
Loopbaanprincipe

Het loopbaanprincipe bepaalt de duur van de uitkering. De duur van alle voor het laatste ontslag vervulde politieke ambten telt mee, tenzij de onderbrekingen daartussen zo groot zijn dat ze niet meer kunnen worden gezien als ‘nagenoeg aaneensluitend’. Of dat het geval is wordt bepaald aan de hand van een rekensom. Hoofdregel: een onderbreking mag niet groter zijn dan het eenzesde deel van de som van de diensttijden. De diensttijd voorafgaande aan een ‘te grote’ onderbreking telt dan niet mee.

De politieke ambten die bij de berekening van het loopbaanprincipe meetellen zijn: minister, staatssecretaris, lid van de Tweede Kamer, commissaris van de Koningin, gedeputeerde, burgemeester, wethouder, dijkgraaf, hoogheemraad/lid dagelijks bestuur van een waterschap. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer, provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van een waterschap telt niet mee.

Gevolgen van nieuwe inkomsten

Nieuwe of hogere inkomsten worden met de uitkering verrekend. Wanneer een oud-wethouder voor het wethouderschap inkomsten had en deze geheel of gedeeltelijk heeft aangehouden, dan vindt voor deze inkomsten (bron is bepalend) geen verrekening met de uitkering plaats. Dat geldt wel voor de inkomsten die na het aftreden weer meer worden ontvangen. Ook inkomsten die tijdens het wethouderschap beginnen en bij ontslag al langer dan een jaar ontvangen worden en daarna blijven, worden niet verrekend. Ook daarvoor geldt: hogere inkomsten worden wel verrekend. Wanneer een oud-wethouder na zijn aftreden een nieuw politiek ambt gaat vervullen en daaruit eerst inkomsten en later weer een Appa-uitkering krijgt, worden deze ook verrekend met de eerdere uitkering. Onder inkomsten valt ook de vergoeding voor de werkzaamheden (de raadsvergoeding maar niet de onkostenvergoeding) die een oud-wethouder ontvangt als hij weer raadslid wordt.

De systematiek van de verrekening is dat als de som van de nieuwe inkomsten en de uitkering hoger is dan het laatstgenoten salaris, het meerdere wordt verrekend.

Bron: website VNG

Deel deze pagina